VRIJ - naar Lucebert

Er ligt iets op de vuilnisbelt. Het was een man. Nu is hij zijn wonden, de draden, de rafels, de maden, het vlees. De oorlog trok voorbij. De mensen liggen traag als aarde. 
U plakt een deels bestaande tekst op een bestaande foto. Dat gaat zomaar niet.
Er slingert een aap tussen de bomen. Stropers zetten er een gasbrander op. De apenbaby versmelt met de moeder. Uit de moederborst groeit de zoon.
Welnee. Het gaat hier toch niet over apen?
Er gaat een meisje naar bed. Haar vader vertelt haar een sprookje, met zijn hoofd tussen haar benen. Zij slaat zijn fronsen gade. Uit het vadervoorhoofd bloeit de dochter.
Zo heeft de man het niet bedoeld. Luister goed. U kunt niet naar believen andermans woorden gebruiken en godbetert, verdraaien. U verschuilt u! Kom nu één keer voor het voetlicht en maak uw punt.
Ik ben geen dichter.
Back to Top